Champignonnenstress

Bij het zien van de eerste paddestoel wist ik het. Dit ging voor problemen zorgen. Niet alleen voor het hier beloofde recept maar ook de omvang van deze zondagse excursie zou ons danig boven het hoofd gaan groeien die avond. Een uitgebreider verslag dan gewoonlijk:

Marc en Fabienne namen ons mee naar ‘hun’ plek. Een hele eer voor ons inwijkelingen. In Frankrijk is het chacun dans son coin, een principe waar we trouwens geen probleem mee hebben. Ik mag daarom niet verklappen waar het precies is, noblesse oblige, maar situeer het ergens tussen Sault en de top van de Ventoux. Na veel kronkelen en klimmen komen we aan in de kleine woongemeenschap, een hameau, op de flank van de berg. Tot voor enkele jaren was het gratis plukken op de 300 hectaren die eigendom is van de commune. Nu moet je kaartjes kopen. Plunderaars uit Marseille namen te vaak misbruik en brachten ravages aan, lieten rommel achter. We stoppen aan een bordje. De burgemeestersvrouw komt buiten met een roze schoendoos vol plukkaartjes en legt uit dat de opbrengst naar het onderhoud van de wegen en de terreinen gaat. Ze wenst ons veel geluk bij de pluk, zonder limiet!

Marc is duidelijk op vertrouwd terrein. Via onverharde paden komen we uiteindelijk op een verlaten open plek in het bos van waaruit wij onze beschaafde strooptocht kunnen beginnen. “Het vorige record staat op 70kg!”, roept Marc nog, terwijl hij een eind voor ons op zich tussen de wilde thijm en lavendel een weg zoekt. Met de blik constant op de grond gericht en druk wijzend onder de bomen en struiken geeft hij instructies over wat lekker en dan weer giftig is. Het staat hier verleidelijk gevaarlijk naast elkaar. Wat de mens doet sterven is mooier, denk ik. Marc is minder poëtisch en plukt resoluut de lelijkerds. Wij doen maar hetzelfde en tegen de middag hebben we zes dikke manden vol. Nog voor de pic-nic maken we alles schoon, sorteren we en gaan ze in kisten de auto’s in. Het record lijkt in zicht. ‘s Namiddags is de oogst minder groot dan de inspanning maar we kunnen toch weer volle manden in de koffer duwen. Uiteindelijk zullen we 65 kilo geramasseerd hebben.

Geen record. Bij het inmaken die avond heb ik vaak gedacht dat die vijf kilo extra wassen, snijden, blancheren niet meer hadden gekund. En het moet echt onmiddellijk want de dag nadien is deze delicatesse al veel van zijn glorie verloren. Als ze geblancheerd waren, deed Fabienne hetvolgende:

  • Opnieuw de pot in met azijn. Koken, zodat de alcohol uit de azijn verdwijnt. Dit zorgt ervoor dat je de champignons kan bewaren.
  • Kruiden met veel laurier, bussels thijm, zout, lookschijfjes. Gans op het einde de olijfolie toevoegen. Zo gaan ze de bewaarpotten in.

Ik geef geen details omdat je deze reuzenpaddestoelen, die groeien op die andere reus van de Provence, in België nauwelijks kan vinden. Marc zei regelmatig dat we fou waren maar eigenlijk was hij bijzonder trots op de vangst. Hij koos de beste, wat kleinere exemplaren, om ze op de BBQ te roosteren. Een beetje olijfolie erop en nadien met wat zout op het bord gingen ze vlot binnen. Het was oktober, zeer laat, we waren moe, maar zaten buiten en het was overheerlijk.

We gaan nog lang champignonnen mogen eten. Merci, Marc!


One Response to “Champignonnenstress”

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.