Oct 16 2011

Het wordt weer een goed jaar.

Muscatdruif2012 wordt een topjaar, en zeker als we de lokale wijnboeren mogen geloven. En als een Provençaalse boer ergens positief over is, dan is het wel de oogsttijd. Want daar gaat het feest van de vendange, of wijnpluk, eigenlijk over: de belofte van een voorspoedig komend jaar die een goede oogst met zich meebrengt. Wil dit dan zeggen dat het hier overal boerenkermis is en de flessen op de traktor ontkurkt worden? Niet echt.

De eerste signalen van een komende pluk zijn een druk heen en weer gerij in witte bestelwagentjes. Minstens tweemaal per dag komt de boer zijn wijngaard opgereden om de trossen in de handen te nemen. Dit kan gemakkelijk een week duren of nog langer. De septemberzon is cruciaal en het is duidelijk dat er in deze periode een zekere band ontstaat tussen de boer en zijn rozijnen. Mooi om zien. Maar dit romantisch beeld wordt al snel verstoord door rumoerig motorgeluid, vantijd om 5 uur ‘s ochtends nog wel. (klik op de fotootjes om te vergroten)

Oogstmachine front Oogstmachine achterOogstmachine weg

Geen houden meer aan, de vendangeurs zijn daar op hun oogstmachines en nemen de wegen in beslag. Stel ze jullie voor als Transformers, traag voortschreidende robots die op niet bepaald zachtaardige wijze de broze trossen van de ranken rukken. Je staat er op te kijken met een is-het-dat-maar gevoel. De dagen daarop mag je je aan een doordringende mostgeur verwachten in Coustellet want daar rijden ze hun buit binnen in de Cave cooperative.

Vendange karretjeOnze rechtstreekse buur teelt muscat, een edele tafeldruif, en die wordt nog steeds trosje per trosje gekeurd en geknipt. Hij heeft er zelfs speciale karretjes voor om de kistjes door de rijen te laveren. Als de romantiek van de druivenpluk in stand wordt gehouden, zal het te danken zijn aan de eetdruif. En omdat wij graag goede tradities mee in stand willen houden, plukken we graag een trosje mee.


Oct 1 2010

Banon? Bha oui!

Banon is een dorpje in het departement Alpes-de-Haute-Provence. Le zero-quatre, zoals de Provençalen zeggen, want telkens de naam voluit uitspreken duurt te lang. Wij wonen in buurdepartement Vaucluse, genummerd 84. Dat cijfer wordt in spreektaal niet gebruikt want Vaucluse bekt gemakkelijker dan le quatre-vingt-quatre. Wij volgen dit gebruik met plezier. Dat gedoe met die cijfers in het Frans is al verwarrend genoeg. Zeker als de lokale Belgenkenners ons denken te moeten helpen met nonente en septante!

Saucissen in BanonTerug naar Banon. Het staat niet standaard in de reisgidsen, dit bergdorp, en eerlijk gezegd werd ik eerder gelokt door de belofte dat er een gigantische boekhandel gevestigd is dan wel door de historische site en de panoramische zichten. Die hebben we in Oppède ook. Toen ik voor een zakenbezoek in Forcalquier moest zijn, toch nog zo’n 10 km verder, leek dat een geschikt moment om dit na te trekken. Hoe kon er nu hier, op deze godvergeten plek waar slechts 1079 Banonais en Banonaises wonen, een cultuurtempel staan waar de FNAC in Parijs van gaat blozen? Het was even zoeken zelfs. Eerst kwamen we nog een beenhouwer tegen waar, zo leek het toch, voor elke bewoner een worst klaar hing. Champignons, everzwijnen, runderen, varkens en ezels, van alles draaien ze hier worsten.

We besloten de mensen te volgen die allemaal dezelfde richting uitgingen, een smal straatje in dat op een pleintje uitmondde. En daar, voor ons, als een bijenkorf voor al wie leest in het zuiden van Frankrijk, Librairie Bleuet. Librairie BleuetBoeken in hoge stapels tegen de muren, in dozen en in rekken. Op stoelen, kastjes en treden van de trappen die leidden naar meerdere tussenniveaus en verdiepingen. Op de verschillende afdelingen stonden adviseurs die zelfs konden vertellen welke titels zich tegen het plafond bevonden. Indrukwekkend in alle opzichten, ook de wachtrij aan de kassa waar als een muur de volledige Bibliotheque de la Pleiade van Gallimard stond opgesteld.

Een lekker worstje en een goed boek, meer moet dat niet zijn om de winter door te komen in de bergen.


Jun 17 2010

“Rood, de kleur van jou lippen.”

Kersen 2010Altijd maar over druiven en olijven schrijven is niet eerlijk tegenover al het ander lekkers dat hier groeit. De kersen bijvoorbeeld. De oogst van 2010 is zo uitbundig dat de boeren het nauwelijks geplukt krijgen. De gretigheid waarmee passanten hun auto aan de kant zetten en met twee handen tegelijk de sappige zoetigheid naar de mond brengen lijken ze zelfs te dulden. De genante straf die de gulzige snoepers achteraf te verwerken krijgen, is hen waarschijnlijk al lol genoeg.

De titel ben ik dan weer bij Borsato gaan plukken.


Jun 7 2010

Scheut 13.

Malpertuiser druifDruiven. Het staat er hier vol van. Voor op tafel of in de fles en zo ver het oog reikt. Maar ze gaan plaats moeten maken, die Provençalen. Want, voorlopig bescheiden in een hoek van de tuin, groeit nu de Malpertuiser.

Het was een verre reis voor de trots uit Overijse. In bundels kwamen ze aan op Malpertuis. Splijten, scherpen, binden, … zo werden ze verenigd met een oude druivensoort uit het zuiden, de monticola. Een boeiend experiment maar de enten bleven droog en wilden niet schieten. Het zag er naar uit dat we de verovering van het zuiden voor een seizoen zouden moeten uitstellen.

Dat was buiten scheut 13 gerekend die losjes in de grond gestoken plotseling er wel zin in kreeg. In onze eigenwijze tuin staat hij nu omringd door bloemen en groenten. Ik hoop dat dit vrolijk gezelschap ferm trossen mag opleveren.


Mar 18 2010

Nationale identiteit en pastis

Bistrot de Mouriès, entrée

Bistrot de Mouriès

De Franse regionale verkiezingen zijn volop aan de gang. Vorig weekeinde kenden we de eerste eliminatieronde. Komende zondag 21 maart wordt de winnaar bekend gemaakt. Het centrale thema in de campagnes: “De nationale identiteit.” Nee maar -dit donc-, het voor ons sinds  ‘s mensen heugenis meest chauvinistische buurvolk heeft last van zijn identiteit!

Elk volk heeft zijn navel, zoals de Grieken Delfi hadden, en het zette mij aan het denken waar de navel van de Zuid-Fransen zich zou kunnen bevinden. Volgens mij maakt Mouriès in Les Alpilles een behoorlijke kans. Nog precieser, de bistrot van het dorp. Hier werd, en het is geen grap, op 1 april van het jaar 1551 Baptistin Honore Petalugue geboren, uitvinder van de pastis. Wie zal dit feit als mijlpaal in de meditterane  geschiedenis durven ontkennen. Achter de toog staat een Dalida, die een duidelijk j’attendrai uitstraalt, om de petits jaunes te schenken.Baptistin Honore Petalugue, inventeur du pastis.

Niet overtuigend genoeg? Wel, in dezelfde bistrot komt regelmatig een ander en meer recente Franse held incognito over de vloer. Eric ‘The King’ Cantona, Franse voetbalheld tot ver buiten de grenzen, komt hier zijn dagschotel nuttigen. En gelijk heeft hij want de regionale keuken die hier geserveerd wordt is degelijk, van alle franjes ontdaan en zonder pretentie. Eigenlijk zoals wij het op vakantie graag hebben. Cantona heeft trouwens in navolging van Petalugue ook zijn naam verbonden aan de pastis. Fles Pastis51 ontworpen door Eric 'The King' Cantona.Hij is de ontwerper van een fles Ricard 51 die in beperkte oplage op de markt kwam.

En voor wie nog niet akkoord zou zijn met mijn argumenten moet weten dat Ernest Hemingway ze zeker zou beamen. Hij verbleef voor langere tijd in de afspanning. Verder kan ik nog duizenden olijfbomen toevoegen en de passie voor stieren die alsmaar groter wordt naarmate je dieper zuidwaarts trekt.

Mocht je deze zomer deze kant uitkomen is Mouriès en zijn bistrot zeker een ommetje waard.